Normaal kom je bij mensen thuis niet verder dan de woonkamer. Het mooie aan mijn vak is dat ik juist overal in huis moet zijn: van de nok van het dak en de zolder tot in de kruipruimte of de kelder, als die er is. En dan heb ik het natuurlijk over een eengezinswoning, want bij een appartement is een eventuele kelder niet relevant.
In deze blog neem ik u mee achter de schermen van mijn werk als energieadviseur. Van stoffige kruipruimtes en enthousiaste honden tot de overstap naar digitaal opmeten en een paar eerlijke tips om uw woning te verduurzamen.
Overal in huis, van nok tot kruipruimte
Dat je overal komt is meestal heel leuk en soms een verzoeking, maar het geeft altijd een kijkje in iemands manier van leven. Want ja, wij mensen zijn verschillend. De één verzamelt golfballen, en zoals laatst een jaren 30 woning die volledig was ingericht met jaren 30 meubels, en helaas voor het label ook met dito ramen en isolatiewaarden. Gebouwen van voor 1965? Isolatie nul, niets gedaan: label G.
Mocht u ooit een energielabel voor uw woning nodig hebben, weet dan dat ik op zolder met liefde en voorzichtig over uw ski-gear heen stap, en de oude Sinterklaassurprises die daar bewaard worden zo zorgvuldig mogelijk opzij schuif om de dikte van de eventuele dakisolatie vast te stellen.
Bewijs verzamelen voor EP-online
En ja, soms lig ik op mijn buik om de vloerisolatie onder uw vloer te fotograferen. Want alles wat ik beweer in het dossier dat ik registreer bij EP-online, moet ik onderbouwen met een vorm van bewijs, het liefst twee.
Dat kan een factuur zijn, een vergunning, of, zoals meestal in de praktijk, een foto van de dikte van het piepschuim dat onder de betonnen broodjes van uw vloer zit. Vaak opgemeten met een breinaald, of in mijn geval een stalen saté-prikker, met zaklamp én rolmaat én fototoestel (mijn telefoon) in mijn twee handen. Ja, soms is het goochelen om niets te laten vallen in zo'n altijd dampige kruipruimte.
Benieuwd naar de kosten voor uw woning?
Ontvang binnen 24 uur een vrijblijvende offerte op maat. Vaste prijs, geen verrassingen.
Van breinaald naar iPad Pro: digitaal opmeten
In een softwarewereld waar AI steeds meer aanwezig is, komen er ook meer aanbieders van digitaal opnemen. Varianten op de LiDAR-camera die de makelaar gebruikt om een woning in te meten en plattegronden voor de verkooppresentatie te maken. Ik schat dat er inmiddels een tiental aanbieders zijn van software om woningen digitaal op te meten.
Maar voor iemand zoals ik, die altijd alles analoog opneemt, is dat een grote stap. Stelt u zich eens voor: ik moet de oppervlakte van elke opening in een muur of dak opmeten en verwerken in de software. Een kozijn omrekenen naar vierkante meters en bepalen wat er in het 'gat' zit: enkel glas, dubbel glas, HR, HR+, HR++, triple glas, een deur of een paneel. Elke buitenmuur van binnenuit opmeten en ook weer omrekenen naar m². De hoogte van elke verdieping, en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Al doende controleer ik mezelf. Ik zie een resultaat op het schermpje van mijn digitale meter verschijnen en weet dan bij benadering of het klopt, of dat ik de meter misschien verkeerd heb ingesteld.
Sinds een week of twee neem ik digitaal op. Ik moet vertrouwen op de software, want ik kan niets meer tussentijds controleren: ik zie geen meetresultaten, alleen een plattegrond die na verloop van tijd verschijnt zodra de iPad Pro alles heeft doorgerekend, met alle maten op de achtergrond verwerkt.
Het lijkt makkelijk, en het is ook veel gemakkelijker in de opname en de uitwerking. Maar opgegroeid in een wereld van hoofdrekenen ben ik inmiddels natuurlijk een mastodont, en het vertrouwen in de iPad Pro moet nog groeien. Daarom meet ik, om mezelf scherp te houden, minimaal één keer per week nog analoog. En geloof mij: ik vind dat nog steeds het lekkerst, ook al vraagt het veel meer concentratie en hoofdrekenwerk, en betekent het zeker twee tot drie uur extra uitwerken.
"Bent u bang voor honden?"
Standaard is mijn antwoord: "Heb ik een reden om bang te zijn voor uw hond?" "Nee, hij is alleen wat druk." Laat hem dan maar gaan.
Vanmorgen begon ik met twee langharige, hazewind-achtige honden, de één wat jonger dan de ander. Toen ik buitenom foto's ging nemen, dachten ze waarschijnlijk dat ik een bal kwam gooien. En de oudste was, nadat ik hem een keer in zijn nek had gekriebeld, als mijn schaduw en week niet meer van mijn zijde. Dat smaakte naar meer.
Een afspraak daarna was het een Maltezer-achtig maatje, blaffend en keffend bij mijn binnenkomst. Het zijn altijd de kleine hondjes die kabaal maken en zich willen laten gelden. Het was natuurlijk ook best vreemd voor het beestje: een onbekende vent die zomaar het hele huis doorloopt, van de zolder tot de kruipkelder alles bekijkt, beklopt en fotografeert. Maar toen ik voor de derde keer de trap af kwam, lag hij in zijn mandje. De bazin maakte zich niet druk, het zou wel goed zijn.
Vorige week was het een onstuimige, stevige kruising tussen een herder en een berner sennen. Hij sprong tegen me op en stopte zijn kop onder mijn arm door terwijl ik aan tafel informatie op mijn iPad verwerkte. In de tuin kwam hij met een bal aan. Of ik geen zin had in…? "Uw trui zit helemaal onder het slijm", zei mevrouw. Tegen het einde van de meting liep ik alleen door het huis en keek de hond nieuwsgierig naar wat ik deed, maar liet me mijn werk doen.
En gisteren was helemaal bijzonder. De eigenaar moest met spoed weg en liet mij vol vertrouwen alleen achter met haar twee hondjes. Shih Tzu-achtige kleine terriërs die, toen ik arriveerde, luid keffend op me af kwamen stormen, lagen even later in alle rust op de bank nieuwsgierig naar mijn verrichtingen te kijken.
Waarom ik geen zeven opnames op één dag doe
Sinds kort sta ik op een landingspagina. U weet wel, zo'n internetbedrijf dat leads verzamelt. Ze staan hoog omdat ze goed zijn in SEO (zoekmachineoptimalisatie), al dan niet betaald. En u wordt beloofd dat u twee of drie offertes krijgt van verschillende aanbieders in de regio als u uw gegevens achterlaat. Ik betaal als bedrijf voor uw adresgegevens, en u wordt de dagen daarna tot vervelens toe gevraagd om een review te geven.
Zoals gezegd: ik en twee andere bedrijven zoeken contact en brengen al dan niet een offerte uit. Op zich niets mis mee, dat is marktwerking, en het is gemakkelijk voor u. Zelf kunnen kiezen wie het beste lijkt, een keuze die vaak uitdraait op de goedkoopste aanbieder. Want laten we eerlijk zijn: een label is een label, en heel veel meer smaken zijn er niet. Zou je denken.
Toch ben ik het daar niet mee eens. Het is verplicht dat er een fysieke opname wordt gedaan. Zonder bezoek zou het wettelijk niet mogelijk moeten zijn om een label uit te brengen. Maar als je het voor de laagste prijs wilt aanbieden, moet je het ergens terugverdienen. Er zijn dus collega's, en geloof mij, ik heb daar respect voor want het is hard werken, die zeven opnames op een dag doen. Zeven opnames: dan ben je het hele huis door geweest, hebt alles gemeten en genoteerd, klaar, en op naar de volgende. Reistijd, aanbellen en weer hetzelfde riedeltje.
Bij een labelopname hebben wij onderzoeksplicht. Dat betekent dat je, als je het werk goed wilt doen, soms vraagt of het goed is om een gaatje te boren in het dakbeschot. "Want ja, 20 jaar geleden hebben we het dak geïsoleerd. Nee, daar hebben we geen facturen van, dat hebben we zelf gedaan en de bonnen van de bouwmarkt heb ik niet bewaard."
Daarnaast wil ik persoonlijk graag bewijzen wat er aan isolatie is gedaan, zodat uw woning een label krijgt dat overeenstemt met de daadwerkelijke isolatiewaarde. En dat kost tijd: zoeken naar een bestaande opening bij een schoorsteen of achter dakbeschot waar we nog net een stukje isolatie kunnen zien, meten en fotograferen. En als dat niet lukt, alléén met uw toestemming, een gaatje prikken op een plek die niemand ziet om bewijs te verzamelen. Die tijd neem ik, omdat ik het incalculeer in mijn aanbieding. En daardoor krijgt u een label waar u recht op hebt en dat overeenstemt met de energieprestatie van de woning.
Energielabel nodig? Vanaf €195
Erkend EPA-adviseur, geen voorrijkosten, binnen 2-3 dagen geregeld. Inclusief verduurzamingsadvies.
Een oude woning verduurzamen: begin met isoleren
Een oude woning verduurzamen is echt een uitdaging. Begin met isoleren: het dak als eerste, dan de gevels en dan de vloer.
Het dak eerst, want ruim 30% van de warmte verliezen we via het dak. Logisch: warmte stijgt en stroomt van warm naar koud.
Dan de gevels die aan de buitenlucht grenzen. Van buitenaf isoleren is het beste, maar dat kan bij een bestaande woning eigenlijk nooit. Dus doen we het van binnenuit: rachels plaatsen, een centimeter of 6 tot 12 isolatie, en gipsplaten om het af te werken. Het nadeel is dat de woning iets kleiner wordt omdat de binnenmuur naar binnen schuift. Wat overigens ook weer bijdraagt aan een betere energiehuishouding, want minder vierkante meters verwarmen kost minder energie.
Dan de vloer. Tegenwoordig zie je vaak schuimbeton. Hartstikke goed, maar het heeft van zichzelf geen isolerende waarde. Plaats dus wél isolatie en stort daar het schuimbeton overheen. En leg dan meteen vloerverwarming aan. Het voordeel van vloerverwarming is dat het een lagere aanvoertemperatuur nodig heeft. Een traditionele cv-ketel verwarmt water met gas: radiatoren hebben water van 70 tot 90 graden nodig om hun warmte af te geven, terwijl vloerverwarming met 45 graden toe kan. Dat is de helft, en dus ongeveer de helft van het gasverbruik.
Slim verwarmen: van HR-ketel naar warmtepomp
Nu we de buitenschil (daken, gevels en vloeren) hebben geïsoleerd, kijken we naar de manier waarop we warmte opwekken.
Als je eenmaal vloerverwarming hebt, kun je overstappen op een warmtepomp. Dat hoeft niet, maar het kan. Niet iedereen heeft immers de ruimte voor de buitenunit. Maar ook uw cv-ketel gaat met vloerverwarming al fors omlaag in gasverbruik.
Het voordeel van een warmtepomp is tweeledig: hij werkt op stroom, die we met zonnepanelen zelf kunnen opwekken, en hij werkt vele malen efficiënter dan een cv-ketel. Met de laatste generatie warmtepompen kunt u zelfs uw radiatoren behouden, want die kunnen het water tot rond de 70 graden verwarmen.
De huidige cv-ketels zijn HR107-ketels. HR staat voor Hoog Rendement, en HR107 betekent dat de ketel van 100 delen energie 107 delen warmte maakt: de warmte van de verbrandingsgassen wordt, net als bij de turbo van een auto, weer teruggevoerd in het circuit. Een gemiddelde warmtepomp maakt van 1 deel energie 4 delen warmte. Dat is echt superefficiënt verwarmen.
Op hele koude dagen, als het serieus vriest, heb je aan een warmtepomp helaas wat minder. Voor die momenten of als bijverwarming zijn elektrische radiatoren of infraroodpanelen handig. Maar hoeveel dagen vriest het nog echt in Nederland? Dat kan ook een reden zijn voor een hybride systeem: een combinatie van een warmtepomp en een cv-ketel, waarbij de ketel bijspringt als de warmtepomp het niet aankan.
Warm water en zelf opwekken
Warm water in de keuken regelt u met een kleine keukenboiler, en een grotere voor het douchen. De luxe van een ligbad is, nu we ons steeds bewuster worden van de schaarste aan water, eigenlijk not done.
De keukenboiler zit direct onder de kraan, dus er is nauwelijks verlies tussen boiler en kraan. De grotere boiler staat vaak verder weg, dus daar is het verstandig om de leidingen, en als u het helemaal goed wilt doen ook de koppelingen, te isoleren. Een goede installateur weet precies hoe dat het beste kan.
En als we dat allemaal gedaan hebben en weten hoeveel stroom we nodig hebben om de woning te verwarmen, weten we ook hoe we dat met zonnepanelen en eventueel een thuisaccu zoveel mogelijk in eigen beheer kunnen opwekken.
Benieuwd waar uw woning staat, of wat de eerste slimme stap is om te verduurzamen? Vraag vrijblijvend een energielabel of advies aan. En lees ook onze 7 tips om uw energielabel te verbeteren.




